Samen plezier beleven aan fietsen in het groene hart

Voor elke wielrenner en elk niveau bieden we mooie routes aan. Ook in de winterperiode blijven we actief, maar dan zijn we voornamelijk in de bossen te vinden op de moutainbike en crossfiets. In deze winterperiode rijden we de uitgezette routes op de vaste mountainbikeroutes of rijden we een uitgezette route van één van onze collega verenigingen.  

De boeken van Ad Liesker

Elk kwartaal een recensie van een wielerboek

Het laatste rondje om de kerk, de wereld van de kermiskoers

Kadotip. 

Ben je binnenkort jarig, mag je een verlanglijstje voor Sinterklaas of de Kerstman invullen, onlangs verscheen van de hand van freelance journalist Alex van der Hulst het boek "Draag nooit een gele trui en andere wetten voor de bloedfanatieke wielertoerist". Een boek dat, lijkt mij, iedere RTC-er en zijn/haar partner in ieder geval gelezen moet hebben. Het boek bevat achterin, onder de titel "Help mijn man is wielrenner" spelregels voor de partner! Een boeiend en leerzaam boek.

Prijs € 17,95

IJsselstein, januari 2016.

 

Ik bezoek regelmatig de site www.hetiskoers.nl. Hier vind ik mooie verhalen over de wielersport. Geschreven voor én door liefhebbers. Romantiek en opinie.

Het aantal schrijvers dat, regelmatig of incidenteel, een bijdrage levert, is inmiddels de honderd ver overschreden.

 

Een van deze schrijvers is Frank Heinen. Van hem is het boek van het kwartaal, "Uit koers".

Frank Heinen (1985) is neerlandicus. Voor zijn verhaal ‘@wegelius luistert naar Van Morrison’ won hij in 2009 de Hard Gras Prijs. Daarna volgden meer verhalen, columns en artikelen voor onder meer HP/De Tijd, NRC.NEXT, Vrij Nederland, de Volkskrant, Hard Gras, Hetiskoers, De Muur, Soigneur, Bahamontes en nog veel meer. Kortom, een druk baasje.

 

Het is onlosmakelijk verbonden met de wielersport: renners staan een korte periode volop in de schijnwerpers. Een groot aantal van hen verdwijnt vervolgens in de anonimiteit. Sommigen vinden het geluk in een rustig bestaan buiten deze  schijnwerpers, maar de levens van een aantal van die renners verlopen minder geruisloos. Zodra de fiets voorgoed in de schuur wordt gezet, dienen depressies, criminaliteit, wonderbaarlijke loopbaankeuzes etc. zich aan.

Het is goed om niet uit het oog te verliezen dat ook mensen uit andere beroepsgroepen tijdens of na hun loopbaan "van het padje" raken. Dit is dus zeker geen exclusiviteit voor de wielersport.

Heinen raakte gefascineerd door deze (anti)helden en schreef een serie korte reportages over hen. Op heldere, geestige wijze portretteert hij in zijn boek een aantal  mannen voor wie de tijd na de koers een zware beproeving blijkt.

Bekende en onbekende renners, iedereen heeft zo zijn eigen bijzondere verhaal.

Ieder portret heeft een eigen, bijzondere titel. Je zou er bijna een prijsvraag van kunnen maken in de rubriek: Raad de renner".

Een paar voorbeelden: Coppi poetste zijn schoenen;

                                    De pomphouder zweeg over zijn Tourzege;

                                    Merckx' trouwste luitenant;

                                    Santo poco, diavolo di più;

                                    Hulpje van de bloedzuiger;

                                    Een outlaw uit het epo-tijdperk.

 

Sommige verhalen kende ik al, om andere verhalen kon ik (glim-)lachen of triest van worden.

Over een verhaal wil ik hier wat meer vertellen. Het gaat over "De man zonder bijnaam". Ik heb het dan over Tom Cooper. Eind 19e eeuw was een sporter zonder bijnaam zoiets als een kanarie zonder stokje: gedoemd om te mislukken. Tom, ooit beschouwd als Amerika's beste wielrenner, won in 1899 het officieuze Amerikaanse kampioenschap, The Bicycle Championship of America. Een jaar later nam hij, als vertegenwoordiger van de blanke Amerikaanse middenklasse, het op tegen Major Taylor, de rijzige neger en de rijzende ster van het mondiale wielrennen 1).

 

Cooper werd door Taylor vernederd. Kort daarna stapte hij definitief af! Hij werd autocoureur. Samen met ene Henry Ford richtte hij een partnership op dat moest leiden tot de bouw van twee "hogesnelheidsauto's". Op 25 oktober 1902 reed hun eerste auto, de "999", vernoemd naar een bekende trein die van en naar New York reed, zijn eerste wedstrijd. De op dat moment Amerika's bekendste coureur Alexander Winton werd verslagen door de "999" met Barney Oldfield aan het stuur.

Enkele dagen daarvoor had Cooper zijn deel in de partnerhip voor een aardig bedragje aan Henry Ford overgedaan. Met de kennis van nu durf ik wel te schrijven dat dat niet zo handig is geweest.

Cooper stierf op 16 november 1906 bij een auto-ongeluk.  

 

Alles bij elkaar geeft dit boek weer een geheel nieuwe kijk op andere, minder bekende, facetten van de wielersport.

Het is een boek dat zeker niet misstaat in mijn verzameling. Het is bovendien een bijzonder exemplaar omdat het gesigneerd is door de schrijver zelf .

Frank schreef voor mij:  "U bent vanaf dit moment de trotse eigenaar van een gesigneerde Heinen, Gr. Frank Heinen".

 

De titel van dit boek is ook op mij van toepassing. 10 november jl. heb ik onze secretaris meegedeeld dat ik met ingang van 1 januari a.s. mijn  lidmaatschap van de RTC opzeg. Ik ga dus ook Uit Koers. Bij de RTC wel te verstaan. Ik blijf uiteraard wel fietsen maar dan op momenten die mij schikken en in een tempo dat bij "een veteraan", toerfietser sinds 1967, past.

Dit is dus mijn laatste column. Angst voor een groot zwart gat heb ik niet. Ik heb in ieder geval nog 27 wielerboeken die ik moet lezen!

 

Tot slot.

Mijn eerste rit voor de RTC reed ik op 16 maart 1980. Het was de Openingsrit 1980 en de afstand bedroeg 40 km. Koffie werd gedronken bij Restaurant "de Kwakel" in Polsbroek.  Dat was het begin van een hele mooie en plezierige tijd bij de RTC.

Allen die daar een bijdrage aan hebben geleverd, hartelijk dank.

Het gaat de RTC en haar leden goed. Rij voorzichtig, hou rekening met de andere weggebruikers en geniet.

 

1) Jan Boesman schreef over deze Taylor het prachtige boek " De vliegende neger en de kleine koningin".